Er zijn verschillende aandoeningen die een zwelling in de hals veroorzaken. Sommige zwellingen hebben met kanker te maken, maar de meeste niet. Het is belangrijk een arts te raadplegen als een zwelling meer dan 2 weken aanwezig blijft.
U kunt hieronder verder lezen over de volgende verschillende aandoeningen die een zwelling kunnen veroorzaken: opgezette lymfeklieren, goedaardige gezwellen, kwaadaardige gezwellen of kanker, cysten, speekselklierontsteking en speekselsteen, speekselkliercyste of kikkergezwel (plunging ranula), glomustumor.
Dit is de meest voorkomende oorzaak van een knobbel in de hals. Lymfeklieren zijn onderdeel van het immuunsysteem (afweersysteem van het lichaam). In de hals bevinden zich ongeveer 50 lymfeklieren. Het opzwellen van de lymfeklier is een normale reactie op een infectie. Zwelling van deze halslymfeklieren kan enkel- of dubbelzijdig voorkomen. Als de klieren echter langdurig vergroot blijven, is nader onderzoek van belang. Door een infectie kunnen lymfeklieren soms “veretteren”. Er ontstaat dan een lymfeklierabces.
Onderzoek van hals, mond, neus, keel en oor op infecties. Eventueel worden laboratoriumtests aangevraagd: bloedonderzoek voor infectieparameters en bepaalde virussen (toxoplasmose, hiv, mononucleosis infectiosa, ornithose, cytomegalie, kattenkrab, herpesvirus). Soms wordt een bacteriekweek, echografie met dunne-naaldaspiratie, een röntgenfoto van de longen of een MRI aangevraagd.
Veroorzakende infectie bestrijden. In sommige gevallen antibiotica. Bij een lymfeklierabces is drainage nodig, vaak onder algehele narcose. Indien geen duidelijke oorzaak wordt gevonden en de lymfeklier sterk vergroot is, dan kan soms verwijdering van de lymfeklier nodig zijn voor onderzoek.
Dit zijn zwellingen die niet in omgevende weefsels groeien en niet uitzaaien. Goedaardige knobbels kunnen echter wel druk uitoefenen op de omgeving zoals de slokdarm, de luchtpijp of op zenuwen en worden daarom vaak operatief verwijderd. Voorbeelden zijn cysten, speekselklierontstekingen en goedaardige speekselklier- of schildklierzwellingen. U kunt hierover meer lezen in de folders “Speekselkliertumoren” en “Zwellingen in de hals bij kinderen”.
In de hals kan het gaan om “primaire” of “secundaire” gezwellen:
3.1. Primaire gezwellen ontstaan in de hals zelf. Het gezwel kan uitgaan van de keel, de speekselklier of de schildklier. Mensen die met hoge doses radioactieve straling in aanraking zijn geweest, hebben een verhoogd risico op schildklierkanker. Ook kan het gezwel ontstaan in de lymfeklier zelf (lymfeklierkanker). Soms betreft het een Hodgkin-lymfoom, vaker is het een non-Hodgkinlymfoom.
3.2. Bij secundaire gezwellen betreft het kanker die uitgezaaid is van elders. In de hals betreft het dan meestal een lymfeklieruitzaaiing van primaire kanker in het hoofdhalsgebied.
Indien u zowel rookt als drinkt, is het risico op mond- of keelkanker 8x zo hoog. In de folder “Kanker in het hoofdhalsgebied” kunt u hier meer over lezen.
Een cyste is een ballonvormige holte gevuld met vocht. Ze kunnen ontstaan ten gevolge van een ontwikkelingsstoornis vóór de geboorte, een verstopping of afsluiting van een klier, een infectie of zonder aanwijsbare oorzaak. Ze kunnen overal in het lichaam voorkomen zonder dat ze klachten veroorzaken. Soms worden ze bij toeval ontdekt.
Cysten kunnen voor de geboorte tijdens de orgaanaanleg uit de zogenaamde kieuwspleetresten ontstaan (laterale halscyste, branchiogene cyste, lymfo-epitheliale cyste, kieuwspleetcyste).
Uitleg over deze cysten kunt u lezen in de folder “Zwelling in de hals bij kinderen”.
Meestal uitgaande van de onderkaakspeekselklier (glandula submandibularis). U kunt hierover lezen in een andere folder.
Deze cyste gaat uit van de speekselklier onder de tong (glandula sublingualis). U kunt hierover lezen in een andere folder.
Een andere naam hiervoor is paraganglioom of chemodectoom. Het is een zeldzaam en goedaardig gezwel dat veel bloedvaten bevat. Het kan erfelijk zijn.
De klachten ontstaan meestal tussen de 20 en 40 jaar.
Glomustumoren groeien over het algemeen langzaam. Het beloop is dan ook vaak gunstig met weinig of geen klachten. Meestal is er sprake van een langzaam groter wordende zwelling in de hals of zijn er klachten van gehoorvermindering met kloppend oorsuizen. Bij sommige patiënten kunnen zenuwen in de knel komen, met als gevolg heesheid, slikklachten of aangezichtsverlamming.
De diagnose wordt gesteld met een MRI-scan. Soms is er sprake van één enkele tumor, maar als glomustumoren in de familie voorkomen, ontstaan er doorgaans meerdere.
Bij klachten of toenemende groei op de scan kan tot behandeling worden besloten. Meestal betreft dat een operatie.
De operatie is echter niet zonder risico’s door o.a. kans op zenuwuitval. Toch geldt dat chirurgische behandeling met de huidige technieken goed mogelijk is. In de hals wordt de ingreep door een op ‘glomusgebied’ ervaren chirurg (bijvoorbeeld vaatchirurg) uitgevoerd. Glomustumoren in en om het oor worden geopereerd door de KNO-arts en/of neurochirurg.
Als glomustumoren vroeg worden ontdekt kan, omdat glomustumoren zo langzaam groeien, de beslissing tot opereren zorgvuldig worden genomen, nadat enkele malen een scan is gemaakt. Voor de operatie worden de voor- en nadelen uitgebreid met de patiënt besproken.
Het is belangrijk dat u juiste en duidelijke informatie krijgt. Heeft u na het gesprek met uw specialist of na het lezen van deze patiënteninformatie nog vragen, stel deze dan gerust. Schrijf uw vragen van tevoren op, zodat u niets vergeet.