Deze patiënteninformatie geeft u adviezen over op welke wijze u zich het beste kunt voorbereiden op een poliklinische kaakoperatie en informeert u over de gang van zaken op de polikliniek.
Poliklinische behandelingen vinden plaats onder lokale verdoving. U kunt tevoren gewoon eten en drinken; dit is zelfs aan te bevelen. Het kan verstandig zijn om iemand mee te nemen voor wat steun achteraf, bijvoorbeeld voor vervoer en het ophalen van medicijnen.
De operatie gebeurt onder steriele omstandigheden. Daarom wordt het gebied van de ingreep met een doek afgedekt. Uw ogen worden afgeschermd, zodat u niet verblind wordt door de operatielamp. De artsen en assistentes die u behandelen, dragen operatiekleding en hebben een maskertje voor de mond. U wordt lokaal verdoofd, zodat u geen pijn heeft tijdens de operatie. Het kan zijn dat er wat bot moet worden weggeboord. U voelt geen pijn, maar wel het trillen van de boor. Het tandvlees wordt na de operatie doorgaans gehecht met oplosbaar materiaal. Voordat de verdoving is uitgewerkt, neemt u een pijnstiller om de eerste napijn tegen te gaan.
Verreweg de meeste behandelingen in de kaakchirurgische praktijk zijn routinehandelingen. Wondjes kunnen gaan nabloeden en ontsteken na enkele dagen, maar dat komt weinig voor. Bij hoge uitzondering kunnen andere complicaties optreden. Bijna altijd kan de mond-, kaak- en aangezichts- (MKA-)chirurg de kans daarop van tevoren inschatten. Hij zal dat in dat geval ook vooraf met u bespreken.
U mag na de operatie weer naar huis. Het is normaal dat u na de operatie pijn krijgt, meestal na enkele uren als de verdoving is uitgewerkt. Hiervoor kunt u pijnstillers innemen, bijvoorbeeld paracetamol. Ook kunt u koorts krijgen. Na de operatie kan een dikke, verkleurde wang optreden en kan het moeilijk zijn uw mond goed te openen. Na drie tot vijf dagen nemen deze klachten af.
De eerste dagen na de operatie kan het speeksel rood kleuren, dit komt door bloedstolsels en dit betreft dan geen nabloeding. Is er sprake van een nabloeding, dan is er meer bloed dan speeksel in de mond. Druk een dubbelgevouwen verbandgaas of zakdoek op de wond en bijt vervolgens een half uur stevig dicht of druk het gaasje aan met de duim (indien de wond zich aan de zijkant bevindt). Gebruik geen watten en kijk niet tussendoor of het bloeden al gestopt is. Als het bloeden na een half uur nog niet gestopt is, herhaal dan de procedure. Mocht het bloeden dan nog niet gestopt zijn, neem dan contact op met de afdeling.
Veelvuldig de mond spoelen vergroot de kans op nabloedingen in de eerste dagen. Een goede mondhygiëne is na een kaakoperatie belangrijk. De eerste dagen na de operatie is het beter om in de buurt van de wond zacht te poetsen; een mondspoelmiddel kunt u na 48 uur gebruiken.
Het is belangrijk dat u juiste en duidelijke informatie krijgt. Heeft u na het gesprek met uw specialist of na het lezen van deze patiënteninformatie nog vragen, stel deze dan gerust. Schrijf uw vragen van tevoren op, zodat u niets vergeet.