Een bottransplantatie is een stukje bot van de ene plaats in het lichaam verplaatsen naar een andere plaats in het lichaam. Een bottransplantatie wordt gedaan om bot aan te vullen op de plaats waar bot te weinig is of ontbreekt. Een bottransplantatie bestaat dus uit twee procedures binnen dezelfde ingreep.
De bottransplantatie wordt het meest gebruikt voor:
De tijd om een bottransplantatie goed te laten genezen is ongeveer vier tot zes maanden. Dit heet de inhelingstijd. Tijdens deze inhelingstijd mag het getransplanteerde bot niet worden belast.
Heeft u een gebitsprothese of gedeeltelijke prothese? Dan mag deze na de operatie tijdelijk niet gedragen worden. Na tien dagen kan de prothese wel aangepast worden aan de nieuwe situatie. Het is belangrijk om dit tevoren met uw mond-, kaak- en aangezichtschirurg (MKA-chirurg) te bespreken. Maak ook afspraken met de tandarts om dit op het gewenste tijdstip te laten uitvoeren.
Krijgt u een bottransplantatie als voorbereiding op implantaten? Dan kunnen de implantaten na vier tot zes maanden geplaatst worden. Een implantaat heeft meestal een inhelingstijd van minimaal acht weken. Daarna kan de tandarts de vervolgbehandeling doen, zoals het vervaardigen van een gebitsprothese, kroon of brugconstructie.
Uw eigen bot is het beste materiaal om de kaakwal te verbreden of verhogen. Soms wordt het gemengd met kunstbot. Kunstbot is minder betrouwbaar en de inhelingstijd duurt langer.
Het eigen bot kan uit verschillende plaatsen van het lichaam gebruikt worden. De plaats waar het uit verkregen wordt, hangt af van de hoeveelheid die nodig is en de samenstelling van het bot:
Deze kleine operatie wordt helemaal via de mond gedaan. Het bot uit de kaakhoek wordt gebruikt voor een kaakopbouw, waar later één of meerdere implantaten komen. De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving en duurt ongeveer een uur. Heel soms gebeurt de operatie onder narcose.
Na de operatie gebruikt u antibiotica en pijnstillers. Daarnaast krijgt u meestal een mondspoelmiddel voorgeschreven. Tweemaal daags gebruikt u het mondspoelmiddel tot de hechtingen zijn verwijderd. Dit is meestal na tien dagen.
Na de operatie kunt u klachten hebben zoals: pijn, zwelling, beperkte mondopening en wat bloedverlies. Meestal duren deze klachten ongeveer een week. Na enkele dagen nemen de klachten per dag af.
Voor grotere gebieden is bot uit de kin minder geschikt. Bot uit de kin wordt ook gebruikt voor het sluiten van kaak-/verhemeltespleten. De behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving en duurt ongeveer een uur. Heel soms gebeurt de operatie bij volwassenen onder narcose. Bij kinderen gebeurt de operatie eigenlijk altijd onder narcose.
Na de operatie gebruikt u antibiotica en pijnstillers. Daarnaast krijgt u meestal een mondspoelmiddel voorgeschreven. Tweemaal daags gebruikt u het mondspoelmiddel tot de hechtingen zijn verwijderd. Dit is meestal na tien dagen.
Na de operatie kunt u klachten hebben zoals: pijn, zwelling, veranderd gevoel aan de binnenzijde van de onderlip en ondertanden en wat bloedverlies. Meestal duren deze klachten ongeveer een week. Na enkele dagen nemen de klachten per dag af.
Het terugkomen van het gevoel van de binnenzijde van de onderlip en ondertanden duurt vaak langer, maar komt meestal weer helemaal terug.
Aan de binnenzijde van de bekkenkam is vaak voldoende bot met een goede kwaliteit. Het bot uit de bekkenkam wordt gebruikt voor de botopbouw voor de hele boven- en onderkaak. De operatie vindt plaats onder narcose en duurt ongeveer twee uur. U bent één tot drie dagen in het ziekenhuis opgenomen.
Ter hoogte van de broeksriem wordt aan de zijkant (links of rechts naar keuze) een drie tot vijf centimeter grote huidsnede gemaakt om het bot te verkrijgen. Daarnaast heeft u ook een wond in de mond waar het bot geplaatst is. De wonden worden na ongeveer tien dagen gecontroleerd.
Na de operatie gebruikt u antibiotica en pijnstillers. Daarnaast krijgt u meestal een mondspoelmiddel voorgeschreven. Tweemaal daags gebruikt u het mondspoelmiddel tot de hechtingen zijn verwijderd. Dit is meestal na tien dagen.
De bekkenkam is na de operatie verzwakt, maar sterk genoeg voor de rustige dagelijkse bezigheden. Het advies is om tot zes weken na de operatie geen grote inspanningen te doen. Denk hierbij aan: lange wandelingen, sporten, rennen, springen, veel bukken, zwaar tillen, etc. Bij belasting of soms spontaan kan in de verzwakte bekkenkam een breuk optreden. Dit is een korte tijd pijnlijk en lastig. Met rust houden geneest dit vanzelf. Wel wordt de genezing dan vaker gecontroleerd en zo nodig worden er röntgenfoto’s gemaakt.
Aan de voorzijde van het scheenbeen, net onder het kniegewricht, wordt met een huidsnede van twee tot drie centimeter het bot verwijderd. De kwaliteit van dit bot is vooral geschikt voor een sinusbodemelevatie.
De operatie vindt plaats onder narcose. Soms gebeurt de operatie op verzoek onder plaatselijke verdoving. Voor deze operatie wordt u voor 1 dag opgenomen op de afdeling dagopname.
De operatie duurt ongeveer anderhalf uur. De hechtingen worden na tien dagen verwijderd.
Na de operatie gebruikt u antibiotica en pijnstillers. Daarnaast krijgt u meestal een mondspoelmiddel voorgeschreven. Tweemaal daags gebruikt u het mondspoelmiddel tot de hechtingen zijn verwijderd. Dit is meestal na tien dagen.
Het scheenbeen is na de operatie verzwakt, maar sterk genoeg voor rustige dagelijkse bezigheden. Het advies is om tot zes weken na de operatie geen grote inspanningen te doen. Denk hierbij aan: lange wandelingen, sporten, rennen, springen, veel bukken, zwaar tillen, etc. Soms mag u het been tijdelijk niet belasten. U loopt dan met elleboogskrukken. Hoelang u het been niet mag belasten hoort u van de mond-, kaak- en aangezichtschirurg. Heel soms ontstaat er bij te veel belasten van het been een breuk in het scheenbeen. Dan is soms een tweede operatie nodig.
Schedeldakbot bestaat uit een buitenste en een binnenste harde laag. Voor het opbouwen van de kaak wordt alleen gebruikgemaakt van het buitenste deel van het schedeldak. De hersenen blijven dan beschermd. De huidsnede wordt gemaakt in het behaarde deel van het hoofd. De operatie vindt plaats onder narcose en duurt ongeveer twee tot drie uur. Voor deze operatie wordt u meestal één tot twee dagen opgenomen.
Na de operatie gebruikt u antibiotica en pijnstillers. Daarnaast krijgt u meestal een mondspoelmiddel voorgeschreven. Tweemaal daags gebruikt u het mondspoelmiddel tot de hechtingen zijn verwijderd. Dit is meestal na tien dagen.
Het is belangrijk dat u juiste en duidelijke informatie krijgt. Heeft u na het gesprek met uw specialist of na het lezen van deze patiënteninformatie nog vragen, stel deze dan gerust. Schrijf uw vragen van tevoren op, zodat u niets vergeet.